Vaak hoor je dat het doen van schaakoefeningen zoals het oplossen van combinatieopgaven en andere puzzels nutteloos zou zijn omdat “in een echte partij niemand op je schouder zal tikken om je te waarschuwen dat er een winnende combinatie in de stelling zit”. Als je autorijlessen neemt zeg je dan ook “Doe mij maar in de auto zonder rij-instructeur want straks als ik mijn rijbewijs heb zit niemand naast me om op de rem te trappen als ik iets fout doe” ?
Leren doen we stapje voor stapje. Net als voetballers in de training tientallen keren dezelfde vrije trap oefenen tot dat het een automatisme wordt zo helpt het schakers om tientallen keren dezelfde combinatiepatronen te zien. Het effect is dat we tijdens de partij eerder een makkelijker deze patronen herkennen.
Toch is het heel voorstelbaar dat we soms het gevoel hebben dat het doen van oefeningen niet helpt. Het liefst zouden we in korte tijd veel vooruitgang willen zien. Maar aangezien het leerproces langzamer gaat dan we zouden willen hebben we soms het gevoel dat er helemaal geen vooruitgang geboekt wordt en trekken we de voorbarige conclusie dat al die oefeningen geen enkele zin gehad hebben.
Ik ben er van overtuigd dat bij schaken inzicht en patroonherkenning hand in hand gaan. Inzicht vergroten we door goede uitleg te krijgen over bijvoorbeeld strategie. Patroonherkenning ontwikkelen door het herhaaldelijk zien van tactische patronen. Als we alleen maar aan inzicht zouden werken dan zouden we vaak verliezen door het over het hoofd zien van tactische wendingen. En als we alleen maar aan patroonherkenning zouden werken dan zouden we nooit tot die stellingen komen waar tactische kansen aanwezig zijn omdat we het inzicht zouden missen om de partij goed op te zetten.




