
Ergens op een website las ik het advies: Als je snel je nivo wil verhogen doe je er goed aan om aan je tactiek te werken. En inderdaad, als ik naar mijn partijen kijk worden 9 van de 10 beslist door een rekenfout van mij of van mijn tegenstander. Zo ook gisteravond.
In de stelling hierboven speelde ik met zwart tegen Wout van de Goor (1833). De hele partij lang had ik onder druk gestaan, en dit was achteraf gezien het moment geweest om tegenspel te krijgen. In de diagramstelling keek ik vluchtig naar manieren om het witte centrum aan te tasten. Ik rekende 25…f5 26.exf5 gxf5 27.c4 en keurde de zet 25…f5 af wegens het gat dat op e6 achterblijft. Hierin zit het kenmerk van veel rekenfouten: als iets geslagen wordt kijken we automatisch naar het terugslaan, alsof dit een verplichting is. Na 25…f5! 26.exf5 hoeft zwart namelijk niet meteen terug te slaan op f5 maar kan 26…Pxd5! spelen met de dreiging Pxc3+
Als ik me af had gevraagd wat er aan de stelling verandert na 25…f5 26.exf5 had ik kunnen zien dat d5 ongedekt komt te staan. Het frappante is dat als je dit soort voorbeelden ziet, je meestal denkt “Ja natuurlijk, zoiets zie je toch meteen?”. Maar achter het bord is het een ander verhaal.



